17 maart 2026 3 min. Nieuws

Industrial Accelerator Act: mogelijke gevolgen voor de Nederlandse energieopslagsector

In 2025 presenteerde de Europese Commissie de Clean Industrial Deal, met als doel het internationale gelijke speelveld voor de Europese industrie te versterken en de decarbonisatie van de industrie te versnellen. Belangrijke pijlers zijn doelmatigere regelgeving en het verlagen van hoge energieprijzen. Ook energieopslag, bijvoorbeeld met batterijen, kan hieraan bijdragen door flexibiliteit in het elektriciteitssysteem te vergroten.

In 2026 volgde de Industrial Accelerator Act (IAA): een pakket dat is gericht op het stimuleren van de vraag naar in Europa geproduceerde producten met een lage CO2-voetafdruk. De beoogde regels omvatten onder meer minimumpercentages koolstofarm, Europees materiaal in sectoren zoals aluminium, staal en cement. In de voorstellen wordt ook het belang van ‘Made in Europe’ genoemd in het kader van strategische autonomie en de klimaatdoelen voor 2050. Tegelijk wijst brancheorganisatie Energy Storage NL erop dat termijnen en eisen die in de IAA worden genoemd, voor opkomende markten zoals energieopslag goed moeten aansluiten op de beschikbare productiecapaciteit en de ontwikkeling van de markt. De maatregelen zijn daarbij bedoeld om bij te dragen aan zowel de versnelling van de energietransitie als de versterking van de Europese industrie.

Made in Europe? Nog even niet

Ursula von der Leyen gaf tijdens de Nucleair Energy Summit aan dat een efficiënt energiesysteem ‘hernieuwbare bronnen en kernenergie combineert en gestoeld moet zijn op opslag, flexibiliteit en netten’. Opslag heeft dus een uitdrukkelijke rol in het autonome, Europees energiesysteem van de toekomst. De nieuwe FDI-regels, een controle op buitenlandse investeringen, vormen een goede maatregel uit de IAA. Zij stimuleren de lokale werkgelegenheid, technologieoverdracht en Europese joint ventures. Ook trachten deze regels de invloed van niet Europese landen met een groot aandeel in de wereldwijde productiecapaciteit (> 40%) te beperken. Volgens ESNL komt de IAA echter voor opslag, meer specifiek de batterijsector, te vroeg. Batterijsystemen van 1 MWh of groter moeten bijvoorbeeld een jaar na ingang van de IAA een Energie Management Systeem van Europese bodem gaan bevatten. Drie jaar na invoering zal één van de hoofdonderdelen van batterijen ook het Made in Europe label moeten dragen.

Op dit moment kosten Europese batterijen 90% meer dan die van China. Bovendien heeft China 80% van de productie in handen en hebben zij een technologische voorsprong van 5 jaar op Europa. Een gehaaste overstap naar een exclusief Europese markt is slecht voor de businesscase van projectontwikkelaars en mogelijk vertragend voor de uitrol van flexibiliteit in de vorm van opslag. Daarbovenop ziet ESNL dat de Europese productiecapaciteit nog meer tijd en schaal nodig heeft. Veel van de huidige capaciteit bestaat uit joint ventures die buiten Europa produceren. Een te snelle en rigide overgang naar Made in Europe zal mogelijk zorgen voor een tijdelijk tekort aan batterijen en de marktontwikkeling schaden, met het gevaar dat naar andere, minder kosteneffectieve oplossingen wordt gezocht voor een betrouwbaar en duurzaam energiesysteem.

Duiding vanuit de sector

Energy Storage NL is blij met het positieve signaal dat batterijen en opslag een duidelijke plek krijgen in het toekomstige Europese energiesysteem. Het opschalen van de Europese batterijproductie binnen eigen grenzen en ontwikkelen van kennis wordt goed gesteund door de nieuwe FDI-regels. De Europese Commissie moet echter wel recht doen aan het doel van de IAA: een snelle energietransitie en een sterke lokale industrie. Betrouwbare en betaalbare elektriciteit is hiervoor een cruciale randvoorwaarde. Om dit te kunnen leveren aan bijvoorbeeld de energie intensieve industrie en andere sectoren heeft de batterijmarkt meer tijd nodig. De komende jaren zullen nog veel producten uit China nodig zijn. Als de Europese productiecapaciteit vervolgens voldoende is opgeschaald, is het natuurlijk zaak zo snel mogelijk een Made in Europe regeling in te voeren. Wat hiervoor een redelijke termijn is, moet, in gesprek met de opslagsector, worden uitgezocht. ESNL sluit dan ook aan bij de conclusie van Ballagny (Energy Storage Europe): ‘Geïdentificeerde afhankelijkheden moeten worden aangepakt via een realistisch pad naar diversificatie, zodat de uitrol van energieopslag, en daarmee van hernieuwbare energie, niet wordt vertraagd of duurder wordt’.

Pagina delen
Pagina delen