18 mei 2026 3 min. Nieuws

De energietransitie begint niet in het stopcontact, maar in ons hoofd

De energietransitie wordt vaak gezien als een technisch vraagstuk. Meer kabels, zwaardere transformatoren, slimmere software. En dat klopt voor een deel ook, want die techniek is onmisbaar. Maar wie alleen daarnaar kijkt, mist de kern. De energietransitie is ook een verandering in hoe we denken over energie. En hoe we ermee omgaan in ons dagelijks leven.

Dat wordt steeds zichtbaarder, gewoon aan de keukentafel, op de werkvloer en op de oprit. We koken elektrisch, laden een van de bijna 700.000 elektrische auto’s op, leggen zonnepanelen op het dak en investeren in verduurzaming van woningen en bedrijven. Nederland is koploper in zon-op-dak. Ruim 35 procent van onze woningen heeft zonnepanelen, samen goed voor ongeveer 30 gigawattpiek. De bereidheid is er dus zeker. Mensen willen vooruit. Ondernemers investeren. Maar met de groeipijnen van de snelle transitie, groeit tegelijkertijd de frustratie. En die snap ik, en dat gaat me aan het hart.

Voor veel eindgebruikers is het moeilijk te begrijpen. De zon schijnt, de zonnepanelen produceren, de batterij staat klaar en de laadpaal hangt aan de muur. Toch krijgen ze te horen: aansluiten kan niet, uitbreiden mag niet, terugleveren wordt beperkt. Steeds vaker lopen goede plannen vast op de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. We willen op momenten meer dan het stroomnet aankan.

Dat wringt. Het laat zien dat de energietransitie niet alleen draait om méér energie, maar vooral om ánders omgaan met energie. Het maakt uit wanneer je energie gebruikt. Het maakt uit waar je energie-intensieve industrie hebt, in relatie tot de opwek van energie. Hier komt flexibiliteit in beeld. Niet als technisch trucje, maar als een fundamenteel andere manier van denken. Flexibiliteit betekent dat we energie gebruiken wanneer die beschikbaar is, opslaan wanneer dat kan en lokaal inzetten waar dat nodig is. Alle energie die je niet hoeft te verplaatsen, legt immers geen extra druk op het net. Ik hoorde eens iemand zeggen ‘je staat niet ín de file, je bént de file’. En dat gaat hier ook op. Flexibel gedrag betekent dat we pieken afvlakken in plaats van ze te bestrijden met steeds zwaardere infrastructuur. Geen symptoombestrijding dus, maar terug naar de kern.

We zijn gewend geraakt aan energie die altijd en overal beschikbaar is, zonder dat we erbij nadenken. De energietransitie vraagt dat we die vanzelfsprekendheid loslaten. Energie wordt iets dynamisch: soms overvloedig, soms schaars. En ons gedrag moet meebewegen. Dat is geen stap terug, maar een stap vooruit. Want flexibiliteit geeft juist ook meer grip. Meer inzicht in verbruik en meer controle over kosten. Voor huishoudens betekent dat bijvoorbeeld slimmer laden of apparaten gebruiken op momenten dat er veel duurzame energie is. Voor bedrijven betekent het dat productieprocessen beter afgestemd worden op het energiesysteem. Een bakker die zijn ovens anders inzet, een logistiek bedrijf dat laadmomenten spreidt, een boer die energie opslaat of teruglevert op het juiste moment. Dat vraagt iets nieuws. Niet alleen technologie, maar ook gedrag. De energietransitie is allang geen technisch vraagstuk meer. Het is een maatschappelijk vraagstuk geworden.

Maar flexibiliteit ontstaat niet vanzelf. Het vraagt samenwerking. Netbeheerders moeten ruimte bieden en duidelijk maken waar flexibiliteit nodig is. Overheden moeten zorgen voor voorspelbaar beleid en snellere procedures. Marktpartijen ontwikkelen de oplossingen. En eindgebruikers moeten erop kunnen vertrouwen dat meedoen loont – financieel én praktisch. De energietransitie slaagt dan ook niet door alleen meer kabels in de grond te leggen. Ze slaagt als we het systeem slimmer gebruiken. Als we accepteren dat energie niet alleen iets is wat als vanzelfsprekend uit elk willekeurig stopcontact komt, maar iets waar we actief mee bezig zijn. De echte transitie zit dus niet alleen in het netwerk, maar in onszelf. In hoe we plannen, produceren, consumeren en bewegen. Pas als die omslag plaatsvindt, kan de techniek haar werk doen. Flexibiliteit is daarin de sleutel.

Hans-Peter Oskam
Lid van de Raad van Advies van Energy Storage NL
Algemeen directeur van Netbeheer Nederland

Deze column werd gepubliceerd in Solar & Storage Magazine mei 2026

Pagina delen
Pagina delen