Kabinet zet in op versterking decentrale energiesystemen: kansen én aandachtspunten voor energieopslag
Het kabinet heeft recent een nieuwe Kamerbrief gepubliceerd over de versterking van decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem. In deze brief schetst het kabinet hoe lokale opwek, opslag en verbruik van energie in de toekomst nadrukkelijker met elkaar moeten worden verbonden. Dit is volgens het kabinet essentieel om netcongestie te verminderen, de energietransitie te versnellen en het energiesysteem betaalbaar en betrouwbaar te houden.
De brief markeert een verschuiving naar een meer decentraal energiesysteem, waarin energie zoveel mogelijk dicht bij de vraag wordt georganiseerd. Volgens TNO kan dit leiden tot een besparing van €4,5 tot €24,5 miljard aan netinvesteringen. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat deze potentie alleen wordt benut als opwek, opslag en verbruik beter op elkaar worden afgestemd.
Om dit te realiseren, kiest het kabinet voor een samenhangende aanpak om de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van decentrale ontwikkeling te versterken, zoals te zien in figuur 1. De aanpak richt zich op de drie hoofdkeuzes voor decentraal en vertaalt die naar concrete acties in twee sporen: 1) Energiesysteem en gebiedsgericht beleid en 2) Energiesysteem en marktontwikkelingen. Beide sporen geven ook invulling aan de succesfactoren van decentraal uit de vorige Kamerbrief: digitalisering, professionalisering en financiering. In beide sporen wordt ingegaan op de rol van energieopslag. Hieronder licht ESNL toe hoe opslag hierin terugkomt en geeft zij haar reactie.

Integraal programmeren energiesysteem
Binnen spoor 1 wordt gekeken naar het Integraal programmeren energiesysteem. Voor energieopslag betekent deze ontwikkeling dat batterijen en andere opslagtechnologieën steeds nadrukkelijker onderdeel worden van de ruimtelijke en regionale energieplanning. In plaats van losse projecten, wordt opslag meegenomen in integrale “energiebeelden” waarin opwek, verbruik en opslag gezamenlijk worden afgewogen. Dit biedt kansen om opslag strategischer te positioneren, bijvoorbeeld op plekken waar het elektriciteitsnet onder druk staat of waar vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd kunnen worden.
Hernieuwbare elektriciteit met zon- en windenergie op land
Verder wordt binnen spoor 1 ook gekeken naar de Hernieuwbare elektriciteit met zon- en windenergie op land. De brief bevestigt dat zon- en windenergie op land ook richting 2040 een grote rol blijven spelen in het energiesysteem. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat alleen inzetten op meer opwek niet voldoende is: het combineren van opwek met opslag en lokaal verbruik wordt cruciaal om het systeem efficiënt te laten functioneren. Zonder opslag leidt extra opwek sneller tot netcongestie en inefficiënt gebruik van het elektriciteitsnet. Het kabinet verkent daarom hoe instrumenten beter kunnen aansluiten op deze integrale benadering en zet in op netefficiënte inpassing van zon- en windprojecten, onder andere in combinatie met opslag, bijvoorbeeld op rijksgronden. Dit biedt kansen voor opslag, maar vraagt ook om beleid dat expliciet stuurt op de combinatie van opwek en flexibiliteit, in plaats van op opwek alleen. ESNL roept het kabinet op om hier concreet invulling aan te geven. Het toevoegen van opslag binnen de laatste ronde van de SDE++ zou daarbij een belangrijke stap zijn, evenals het expliciet meenemen van opslag in de voorwaarden van de tweerichtingscontracten (CfD’s) die de SDE++ op termijn zullen vervangen.
Energieplanologie op lokaal niveau
Daarnaast wordt binnen spoor 1 ingezet op de ontwikkeling van energieplanologie op lokaal niveau. Het kabinet verkent, samen met provincies, gemeenten, netbeheerders en de minister van VRO, hoe decentrale overheden meer mogelijkheden kunnen krijgen om ruimtelijk te sturen op de samenhang tussen energie en gebiedsontwikkeling. Instrumenten zoals ontwerpend onderzoek en het werken met zogeheten ‘energieconfiguraties’, waarin energiebouwstenen (opwek, transport, opslag en gebruik) worden gekoppeld aan ruimtelijke functies, spelen hierin een belangrijke rol. Opslag wordt hiermee onderdeel van ruimtelijke afwegingen, in plaats van een toevoeging achteraf. Dit biedt kansen voor strategische inpassing, bijvoorbeeld bij energieknooppunten en lokale energiesystemen. ESNL benadrukt dat het cruciaal is dat opslag vanaf het begin wordt meegenomen in deze planvorming, zodat keuzes bijdragen aan een flexibel en toekomstbestendig energiesysteem.
Strategische systeembenadering
In spoor 2 beschrijft het kabinet hoe een strategische systeembenadering wordt ontwikkeld, met als doel om binnen een jaar te komen tot een breed gedragen aanpak voor marktontwikkelingen die de belemmeringen voor de opschaling van innovatieve projecten wegneemt. Binnen dit spoor komt energieopslag naar voren als een cruciale schakel in integrale, decentrale oplossingen, zoals bij warmtenetten (bijvoorbeeld in Veenendaal), energiehubs en laadhubs voor elektrische vrachtwagens. De brief erkent daarmee dat opslag een belangrijk onderdeel is van slimme innovaties richting het toekomstige energiesysteem. ESNL benadrukt dat het van groot belang is dat in dit traject expliciet aandacht wordt besteed aan de belemmeringen rondom energieopslag, zodat deze tijdig worden weggenomen en opslag haar rol in het energiesysteem volledig kan vervullen.


