6 juli 2026 3 min. Nieuws

ESNL reageert op hoofdlijnenverslag wijzigingsbesluit energieopslagsystemen

De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS 37-1 en 37-2) bevat richtlijnen voor de veilige toepassing en opslag van energieopslagsystemen en batterijen. Deze richtlijnen worden momenteel doorvertaald naar landelijke regelgeving, waarmee voor het eerst uniforme rijksregels voor energieopslag worden vastgelegd. In het kader hiervan heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een voorstel ter internetconsultatie voorgelegd en inmiddels een hoofdlijnenverslag gepubliceerd.

ESNL heeft in april, net als meer dan zestig andere partijen, via de internetconsultatie een reactie uitgebracht op het concept-wijzigingsbesluit energieopslagsystemen. Het hoofdlijnenverslag bevat de reactie van het ministerie van IenW op deze internetconsultatie.

ESNL verwelkomt het initiatief van de overheid om via landelijke regelgeving meer uniformiteit en duidelijkheid te creëren voor energieopslagsystemen. Heldere en werkbare regelgeving is essentieel voor een veilige opschaling van energieopslag, een technologie die cruciaal is voor het verminderen van netcongestie, de integratie van hernieuwbare energie en het vergroten van de leveringszekerheid.

Verbetering voor mobiele energiesystemen & niet-lithiumhoudende energiedragers

Meerdere punten die vanuit ESNL werden aangebracht zijn overgenomen in het hoofdlijnenverslag. Zo vallen niet-lithiumhoudende energiedragers, zoals loodaccu’s en redox-flow batterijen, niet langer in het toepassingsbereik. De regels zullen enkel gaan gelden voor lithium- en natriumhoudende energiedragers.

Verder worden de regels rondom mobiele energiesystemen verzacht. Zo wordt de meldtermijn voor een mobiel energiesysteem verkort van vier weken naar één week of in het geval van een calamiteit zo snel mogelijk. Ook wordt het mogelijk gemaakt om voor mobiele energieopslagsystemen een werkgebied aan te geven in plaats van één locatie. Deze aanpassingen verhogen de flexibiliteit van mobiele energiesystemen aanzienlijk.

Blijvende zorgen over afstandsnormen en aansluiting op bestaande kaders

Het hoofdlijnenverslag gaat niet specifiek in op de exacte koppeling en hiërarchie tussen de PGS 37-1-richtlijn en de Europese Batterijenverordening. Wel stelt het ministerie dat het besluit binnen de marges van de geldende Europese regelgeving past. De verwijzing naar de PGS-richtlijnen wordt daarbij via de Omgevingsregeling vormgegeven.

Een aantal aandachtspunten van ESNL is slechts beperkt terug te vinden in het hoofdlijnenverslag. Zo werd gevraagd om meer duidelijkheid over de toepassing van afstandseisen bij verschillende categorieën gebouwen en locaties. In de verdere uitwerking is wel verduidelijkt dat deze afstandseisen niet gelden voor gebouwen en locaties die een functionele binding hebben met de energieopslaginstallatie. De samenloop met de PGS-richtlijnen en daarin opgenomen interne veiligheidsafstanden blijft daarbij een aandachtspunt voor de sector.

De grootste zorgen had ESNL over de afstandsnormen in tabel 4.1052fa. Deze zijn gebaseerd op een conservatieve RIVM-methodiek met aannames die onvoldoende aansluiten bij de huidige stand van batterijtechnologie. Hoewel het ministerie erkent dat de gehanteerde methodiek conservatief is, kiest het er expliciet voor deze vaste afstanden als basis te handhaven om uniformiteit en uitvoerbaarheid te waarborgen. Dit kan in de praktijk leiden tot disproportionele afstandseisen, met name voor moderne lithium-ijzerfosfaat (LFP) systemen.

Wel wordt beperkt onderscheid gemaakt tussen batterijtechnologieën (zoals LFP en NMC) en wordt het mogelijk om projectspecifieke risicoberekeningen (QRA’s) uit te voeren. Deze berekeningen moeten echter plaatsvinden op basis van dezelfde RIVM-methodiek, en het is nog onduidelijk in hoeverre deze in de praktijk als alternatief voor de vaste afstandsnormen worden geaccepteerd.

Oproep ESNL

ESNL roept het ministerie op om in de verdere uitwerking van het besluit expliciet duidelijkheid te geven over de relatie tussen PGS 37-1 en de Europese Batterijenverordening. Nu de verwijzing naar PGS-richtlijnen via de Omgevingsregeling wordt vormgegeven, is het des te belangrijker dat de hiërarchie tussen Europese en nationale kaders juridisch helder wordt vastgelegd. De Europese Batterijenverordening is leidend op het gebied van productveiligheid en duurzaamheid; daarom moet ondubbelzinnig worden geborgd dat Europese regels prevaleren boven nationale richtlijnen. Dit voorkomt tegenstrijdige verplichtingen en zorgt voor een consistent en toekomstbestendig regelgevingskader voor de sector. Daarnaast pleit ESNL ervoor om het onderscheid tussen kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen, zoals gehanteerd in PGS 37-1 en 37-2, consequent door te voeren in de regelgeving, zodat onbedoeld zwaardere eisen en interpretatieverschillen in de praktijk worden voorkomen.

Verder benadrukt ESNL het belang van een heroverweging van de afstandsnormen in tabel 4.1052fa. De huidige systematiek is gebaseerd op conservatieve aannames die onvoldoende aansluiten bij moderne batterijtechnologieën, wat kan leiden tot disproportionele eisen en belemmeringen voor de uitrol van energieopslag. ESNL vraagt daarom om een meer realistische en risicogebaseerde benadering, waarin projectspecifieke risicoberekeningen (QRA’s) daadwerkelijk als volwaardig alternatief worden erkend en toegepast, zodat ruimte ontstaat voor maatwerk zonder afbreuk te doen aan de veiligheid.

Op een aanzienlijk deel van de voorstellen van ESNL uit de internetconsultatie is geen inhoudelijke reactie gekomen; deze aandachtspunten blijven daarom onverminderd relevant.

Vervolgproces

Het aangepaste ontwerpbesluit wordt na afronding van de adviesprocedures voorgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal en vervolgens ter advisering ingediend bij de Afdeling advisering van de Raad van State. De beoogde inwerkingtreding van het besluit en de bijbehorende regeling is op dit moment voorzien per 1 januari 2028.

Pagina delen
Pagina delen